Psychiatrische medicatie
Kinderen met PWS hebben opvallend meer gedrags- en emotionele problemen dan leeftijdsgenoten. Op latere leeftijd, tijdens de puberteit, adolescentie en volwassenheid, kunnen erstige psychische problemen ontstaan. Recent onderzoek wijst op een verhoogd risico van affectieve en psychotische symptomen. Deze affectieve of stemmingsproblematiek heeft ook wel een cyclisch karakter. De psychotische stoornissen beginnen vrij plotseling en gaan vaak gepaard met verwardheid, agitatie en angst. Met name bij de groep met een ‘uniparentele maternale disomie’ is een duidelijk verhoogd risico op psychiatrische problematiek aanwezig. Bij psychotische episoden gebruikt men dan ook antipsychotica. Wanneer er tevens sprake is van depressieve episodes ziin antidepressiva aangewezen. Sommige artsen menen dat het gebruik van stemmingsstabilisatoren te verkiezen valt boven het gecombineerd gebruik van een antipsychoticum en antidepressivum.
-
Stemmingsstabilisatoren: Lithium, valproaat (depakine) en carbamazepine worden gebruikt om symptomen te verbeteren tijdens acute manische, depressieve, hypomane en/of gemengde episoden of om deze te voorkomen.
-
Antidepressiva: Bijv: anafranil, prozac, citalopram. Een antidepressivum is een medicijn dat de klachten van een klinische depressie vermindert. Antidepressiva herstellen het evenwicht tussen bepaalde stoffen in de hersenen. Daardoor worden de klachten meestal minder. Patiënten worden minder somber en krijgen weer plezier en belangstelling voor de dingen om zich heen. De middelen werken doorgaans heel goed, maar meestal laat verbetering even op zich wachten. Sommige antidepressiva hebben tevens een angstdempend effect bij diverse angststoornissen.
-
Antipsychotica: Een psychose is een psychiatrische classificatie van een toestand waarbij de patiënt het normale contact met de - door zijn omgeving ervaren - werkelijkheid kwijt is. Kenmerken van een psychose zijn wanen, hallucinaties en verward denken en spreken. Psychosen worden doorgaans behandeld met antipsychotica. Antipsychotica zijn geneesmiddelen die psychotische verschijnselen kunnen verminderen of doen verdwijnen. Ze hebben een effect op met name de positieve symptomen (wanen, hallucinaties) van een psychose en verder mogelijk (direct of indirect) op de zogenaamde negatieve symptomen (affectieve vervlakking, kwantitatieve en kwalitatieve spraakarmoede, apathie en initiatiefverlies). Binnen de antipsychotica wordt een onderscheid gemaakt tussen klassieke/typische en de atypische antipsychotica.
Tot de klassieke of typische antipsychotica behoren de o.a. haloperidol. Tot de atypische antipsychotica worden gerekend aripiprazol, clozapine, risperidon, olanzapine, quetiapine en eventueel sulpiride in lage dosering.