Veel kleuters met PWS kunnen de eerste jaren, al dan niet met een achterstand, op een reguliere school doorbrengen. Alhoewel deze kleuters een ontwikkelingsachterstand hebben of krijgen ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes, zijn zij er enorm bij gebaat om samen te zijn met niet-gehandicapte kinderen die als rolmodellen fungeren en hen sterk kunnen motiveren.
Zoals alle kleuters, leren zij het best in kleinere klassen. Tijdens deze kleuterjaren wordt bij de kleuter aanzienlijke vooruitgang geboekt met zowel taal en spraak, als de grove en fijne motorische vaardigheden. De leercapaciteiten van leerlingen met PWS lopen zeer uiteen. Een meerderheid van de leerlingen valt in de groep matig of licht gehandicapt. Vaak is er wel één of ander soort leerprobleem.
Bij kinderen met PWS die op jongere leeftijd in meerdere mate last hebben gehad van spierslapte (hypotonie) worden vaker vertragingen en zwaktepunten geconstateerd.
Kinderen met PWS worden vaak getoetst met aan intelligentietesten (iq-testen). Alleen op intelligentietesten vertrouwen zal de leerling met PWS geen goed doen. Doordat zij meestal traag van begrip zijn en een slechte korte termijn geheugen hebben scoren zij over het algemeen slecht. Daarnaast vermindert de leerachterstand vaak zodra de spierslapte vermindert en de communicatie verbetert.
Tegenwoordig krijgen steeds meer zuigelingen en jonge kinderen groeihormoontherapie en beginnen daardoor met minder significante motorische vertragingen. Ook starten kinderen vaak al in de baby jaren met diverse therapieën zoals fysiotherapie, logopedie en ergotherapie.
De toekomst zal uitwijzen hoe deze therapieën de kennis en de ontwikkelingsmijlpalen van deze kinderen beïnvloedt.