woensdag 08 december 2010 00:00
Ik ben 14 jaar en zit in de derde klas van de praktijkschool en daar hebben we het vak koken. Ik heb Prader-Willi syndroom en ik mag niet alles eten.
Wij hebben afspraken gemaakt met de juf en meester. Als we wat gaan maken en we dat ook weten moet ik dat in mijn agenda schrijven en dan moet ik dat bespreken met mijn moeder of ik dat mag eten ja of nee. Dan moet ik de dag er na dat aan de meester of mijn juf vertellen. Zo doen we het altijd op school.
We moeten eerst een T-shirt en een schort aan doen en daarna moeten we alles klaar zetten zoals: pannen, messen, planken, pollepel enz. en dan gaan we aan de slag. Dan gaan we spullen halen die we nodig hebben om het recept te maken. Daarna gaan we snijden en water in de pan doen. Heel goed roeren in de pan en we moeten de soep of iets anders op laag vuur zetten als die kookt. En als de soep klaar is dan moeten we het in een soepkom doen en mogen we gaan eten.
Soms eet ik mee met de groep of soms ga ik mijn eigen boterhammen eten. Dat is als we iets gemaakt hebben wat ik niet op mag eten. Als we iets hebben gemaakt wat ik niet mag eten dan geef ik het aan meester Bok, want dat hebben we afgesproken toen ik op deze school kwam en hij houdt wel van lekkere dingen. En als we klaar zijn met eten dan moeten we gaan afwassen en als je klaar bent met de afwas, kijkt de meester of het schoon is.
Ik vind het koken leuk op school want je maakt lekkere dingen zoals: koekjes en zuurkool en soepen, pannenkoeken appelmoes en stoofpeertjes en appeltaart. Je leert er om later zelf te koken. Als ik moet kiezen tussen een recept uit mijn kookboek dan kies ik voor wentelteefjes. Dat is zo lekker en dat kan je snel maken. Ik vind het praktijk vak koken het leukst.
Jessie van Rongen